Piano

Piano

TOETSINSTRUMENT

De piano heeft 88 toetsen en meestal drie pedalen. De witte toetsen zijn de do-re-mi-fa-sol-la-si, de zwarte toetsen zijn de kruisen en de mollen; de tonen die verhoogd of verlaagd zijn. Binnenin de piano zit er een ingewikkeld systeem waarbij hamertjes de snaar aanslaan. Je hebt ze in twee modellen: de buffetpiano en de vleugelpiano. De vleugelpiano is veel groter en wordt gebruikt in concertzalen en muziekscholen. Sommigen hebben er ook een thuis staan. De klank van deze piano’s is helder omdat de vleugel kan opengezet worden. In tegenstelling tot het orgel en het klavecimbel was de piano het eerste toetsinstrument waarop je zowel stil als luid kon spelen. 

Een van de grootste virtuozen en belangrijkste componisten voor pianomuziek was Franz Liszt. In de 19e eeuw brak zowaar een “Lisztomanie” uit. Franz Liszt trok rond en gaf soloconcerten en deed dit met de allures van een popster. Joelende fans, flauwvallende meisjes, … Nooit eerder speelde iemand zulke moeilijke stukken! Hij liet zijn publiek geloven dat hij met de duivel praatte en daardoor onmogelijke muziek kon spelen. Uiteindelijk kocht hij een hond om genoeg haarplukjes te kunnen aan de talrijke fans te kunnen uitdelen.