Trombone

Trombone

KOPERBLAASINSTRUMENT

De trombone bestaat al zo’n 600 jaar en is ontstaan uit de trompet. Het betekent eigenlijk ‘grote trompet’. In die tijd hadden de trompetten nog geen ventielen. Daardoor kon je niet alle noten en dus niet alle liedjes spelen. Toen werd er een schuif (‘coulisse’) aangebracht op de trompet! Zo kon men door het verlengen en verkorten van de schuif alle tonen spelen! In de 15e en 16e eeuw waren trombones in Engeland zeer populair. Ook in de kerkmuziek speelde de trombone een belangrijke rol, vaak samen met orgel en viool.

Vanaf 1750 maakt de trombone uiteindelijk deel uit van het symfonisch orkest. De meeste orkesten hebben 3 trombones. Ze kunnen intens zacht klinken, maar ook dramatisch luid. Veel componisten schrijven de trombone voor als het orkest op zijn allerluidst moet. Zo werd het een Amerikaanse dirigent zo’n 150 jaar geleden te veel: hij liet trombones bouwen met een beker naar achter.

De trombone is hét instrument van de glissando: een snelle vloeiende overgang van de ene noot naar de andere. Het geluid doet denken aan een glimlach wanneer de glissando naar een hogere toon gaat en aan een bedrukt gefrons wanneer de glissando naar een lagere toon gaat.